"De waardigheid van de mens is informatie tot stand te brengen." Een korte schets van leven en werk van Vilem Flusser Door Bilwet Vilem Flusser heeft zich in de loop van zijn leven ontpopt als een ware mediafilosoof. Deze professie klinkt vrij normaal, alsof er dertien van in een dozijn gaan, maar niets is minder waar. Flusser is een van de weinigen die zich als 20ste-eeuws filosoof in positieve zin heeft ingelaten met de technische media. Flusser is een overgangsdenker. Hij slaat bruggen en voert dialogen, daagt uit en provoceert. Hij brengt verkeer tot stand tussen de 'klassieke' filosofie en de wereld van de techniek. Als we Flusser lezen, horen we hem hardop denken: hier wordt geen academische wetenschap gefabriceerd of een journalistieke mening verkondigd, maar een machinetaal opgesteld die het ons mogelijk maakt fascinatie en angst te overwinnen. Ijzingwekkend precies vindt hij begrippen om, helemaal van voren af aan, de werking uit te leggen van de technische beelden. Verwijzingen naar andere auteurs komen in zijn theoretische werken nauwelijks voor. Het gaat hem niet om een filosofisch systeem of een vertoog waarmee school gemaakt kan worden. Zijn taal is verfrissend helder, het is een "stromend weefsel" van definities die tegelijkertijd ironisch en utopisch zijn. Volgens Florian Rītzer "getuigt Flussers rethoretica van een drang naar vrijheid, waarbij hij zich compromisloos identificeert met de digitale en virtuele zweeftoestand". Tot nu toe is Vilem Flusser in het Nederlandse taalgebied nauwelijks bekend. Vilem Flusser werd in 1920 in Praag geboren, moest in 1938 voor de Nazi's vluchten en kwam via Londen in Sao Paolo terecht. Daar werd hij in 1963 professor in de communicatiefilosofie en publiceerde een aantal boeken in het Portugees. Begin jaren zeventig keerde hij terug naar Europa en vestigde zich in een klein dorpje in de Provence. Jarenlang schreef hij voor internationale tijdschriften, maar bekendheid kreeg hij pas met de publikatie in het Duits van "FÅr eine Philosophie der Fotografie" (European Photography, Gīttingen 1983 - inmiddels in acht talen gepubliceerd). Hierin presenteert hij een heel eigen begrippenapparaat om de meest voor de hand liggende vragen ('wat is een beeld, wat is een foto, wat is een fototoestel') op onwaarschijnlijke wijze inzichtelijk te maken. Het boek is een eerste aanzet om de overgang van de tekst- naar de beeldcultuur in woorden te vatten. Twee jaar later verscheen een opvolger, "Ins Universum der technischen Bilder", waarin Flusser de volledige beeldcultuur onder een noemer wist te brengen. Hierna volgde het ene boek naar het andere, zoals "Die Schrift" (ondertitel: "Heeft schrijven toekomst?", met een floppy als bijlage) en "Gesten" ("Bewegingen waarvoor geen bevredigende causale verklaring bestaat"). In de jaren tachtig leek West-Duitsland de geestelijke thuisbasis van Vilem Flusser te zijn geworden. Flusser opereerde op verschillende terreinen: design, architectuur, mediakunst, computergraphics. Tot hij in november 1991 op weg naar huis, na afloop van een eerste weerzien met zijn geboortestad Praag, bij een verkeersongeluk om het leven kwam. Het congres rond Flusser dat eind oktober in Antwerpen plaatsvindt, wordt georganiseerd door de Vilem Flusser- stichting, die al eerder internationale bijeenkomsten hield in Straatsburg en Praag. Voor deze herfst heeft Bollmann Verlag (Bensheim) de uitgave aangekondigd van de Schriften (dertien delen, gereed herfst 1996) met grotendeels ongepubliceerde manuscripten die in de nalatenschap werden gevonden. Momenteel wordt er in het Flusser-archief te Den Haag door de weduwe Edith Flusser en een aantal medewerkers koortsachtig gewerkt om alle geschriften te ordenen en uit te geven. Dit voorjaar verschenen bij twee andere uitgeverijen bundels over de theorie van het industrieel ontwerp ("Vom Stand der Dinge", Steidl Verlag) en vingeroefeningen in de kunst van het waarnemen ("Dinge und Undinge", Hanser Verlag), waarin Flusser onder andere schrijft over flessen, straatlantaarns, tuinen, hendels en wielen. Het is vooralsnog ondoenlijk een overzicht te geven van Flussers gedachtengoed. Een aanknopingspunt kan de filosofische autobiografie 'Bodenlos' zijn (die gedeeltelijk in de men-vorm is geschreven), waarin Flusser vooral zijn Braziliaanse jaren, de vrienden en collega intellectuelen uit de jaren vijftig en zestig de revue laat passeren. Hieruit wordt duidelijk hoe groot de invloed is geweest van het Europese denken, de klassieke Duitse filosofie, de fenomenologie, het existentialisme en de wetenschapsfilosofie op Flussers communicatieleer. Door zijn contacten met ingenieurs en het polytechnisch instituut en door zijn studie van de informatica en de cybernetica verdween volgens zijn vriend Milton Vargas het "heroćsche pessimisme" om plaats te maken voor een beter begrip van wetenschap en technologie, "die net als kunst en poeziā creatieve culturele instanties zijn" en realiteiten scheppen. In de inleiding hieronder staan we stil bij een aantal begrippen uit de eerste twee Duitse publikaties, "FÅr eine Philosophie der Fotografie" en "Ins Universum der technischen Bilder", aangezien deze twee boeken het meest strikt en helder de mediatheorie van Flusser weergeven. Afgaand op zijn definitie van het begrip informatie, kunnen we Flusser beschouwen als een optimist die op zoek is naar een handelingsruimte binnen de technische media. Flusser definieert informatie als "een onwaarschijnlijke combinatie van elementen". Wat die elementen zijn hoeft niet nader te worden benoemd, het gaat om de onwaarschijnlijkheid en het combineren: "hoe onwaarschijnlijker, des te informatiever." Informatie-eenheden zijn voor Flusser geen op zichzelf staande entiteiten (data): pas doordat de entiteiten worden gecombineerd, kunnen ze een informatiegehalte krijgen. De categorie van de onwaarschijnlijkheid relateert Flusser aan de tweede hoofdwet van de thermodynamica, die leert dat spontane processen altijd in de richting van de grootste chaos verlopen. Aangezien chaos derhalve onvermijdelijk de uitkomst van welk proces dan ook is, kun je stellen dat onsamenhangende of toevallige situaties de meest waarschijnlijke situaties in de wereld zijn. Dat er spontaan nieuwe combinaties ontstaan, is uiterst onwaarschijnlijk. Dit betekent dat er nooit zomaar informatie ontstaat in het universum. Informatie is altijd het resultaat van een inbreuk in de natuurlijke orde, ze verzet zich tegen de tendens naar entropie. Dat er wel degelijk informatie onstaat, is geen gevolg van een in het universum verborgen hoger plan, een ingreep van een goddelijke instantie of desnoods een inherent vermogen van media, maar het domein van de menselijke vrijheid. De plaatsen waar informatie tot stand wordt gebracht, zijn de media. In de twee hier behandelde boeken concentreert Flusser zich op de technische media en dan met name de beeldmedia. De moderne, 20ste-eeuwse maatschappij heeft zich gehergroepeerd rond de 'technische beelden', na zich een paar millenia te hebben gegroepeerd rond lineaire teksten. Beelden definieert Flusser als 'bedeutende FlŃchen' (belangrijke, verwijzende vlakken), technische beelden als beelden die geproduceerd zijn door apparaten. De technische beelden (foto, film, video) stralen in bundels door de samenleving en zijn erop uit de gedragingen van de mediagebruikers op een bepaalde manier te 'programmeren': ze pogen bewegingen of 'gesten' van de deelnemers aan die samenleving voor te schrijven en te bepalen. Anders gezegd: de technische media zijn erop gericht waarschijnlijke situaties te creāren (om het klassieker uit te drukken: controle uit te oefenen). Het vrijheidsbegrip van Flusser is op dubbele wijze verbonden met de technische beelden: enerzijds heeft vrijheid te maken met de omgang met de mediale programma's, anderzijds met de unieke status van het technische beeld. Eerst de programma's. Foto's definieert Flusser als aaneenschakelingen van grijze, zwarte en witte vlakken, die tonen hoe de verhoudingen liggen tussen de verschillende delen van het gefotografeerde (landschappen of lichamen). Die verhoudingen, ofwel combinaties, vormen de garantie dat de fotografie informatief kan zijn. Alleen komen deze combinaties tot stand op een wijze die is voorgeschreven door drie categorieān. De eerste 'dwingende factor' is de heersende of geaccepteerde zienswijze in de cultuur van fotograaf en gefotografeerde. De tweede categorie is het technische programma van het fototoestel - de lenzen, film, belichtingsmethoden enz. De derde is de mogelijke verspreiding die aan de foto wordt toegewezen op het moment van afdrukken of beschouwen: de distributie kan documentair (toerisme, wetenschap), publicitair (politiek, reclame) of artistiek zijn. Deze drie categorieān schrijven voor welke combinatie van vlakken in een foto normaal, oftewel waarschijnlijk zijn. Zij bepalen hoe een foto eruit hoort te zien. Anders gezegd: zij voorkomen dat foto's onwaarschijnlijke verhoudingen registeren, oftewel informeren. Deze drie categorieān van waarneming, techniek en functie dienen volgens Flusser de basis te vormen van de fotografiekritiek, die de vraag moet stellen naar het eigene van het afgebeelde, naar het kritische moment ten opzichte van de heersende perceptiewijze, en naar de onafhankelijkheid ten opzichte van cultuurindustrie en vertoogvormen. Wat toont een foto dat v¢¢r deze foto onzichtbaar was of werd gehouden? Het programma van het fototoestel, of van de filmcamera, is in principe oneindig groot. Er bestaan eindeloos veel mogelijke beelden, maar slechts een beperkt aantal daarvan is (nog) informatief. Sommige clusters van mogelijkheden zijn reeds uitputtend onderzocht en leveren nog zelden nieuwe, onwaarschijnlijke beelden op (zoals het vakantiekiekje of de Western). Nieuwe beelden komen tot stand als de fotograaf in staat is om de culturele en publicitaire programma's die zijn fotografische gesten bepalen, op dusdanige wijze uit te spelen tegen het technische programma van zijn fototoestel, dat er iets onwaarschijnlijks uitkomt. Deze mogelijkheid tot kortsluiting tussen of tot een 'belachelijke' combinatie van fotografische normaliteiten, biedt ruimte voor de vrijheid van de fotografische geste. Vrijheid is niet het ontkomen aan de mediale programma's die voorschrijven hoe je je dient te bewegen, of hoe je dient waar te nemen. Vrijheid is het dusdanig combineren van die programma's dat er onwaarschijnlijke situaties ontstaan. Hiertoe is het noodzakelijk om de drie categorieān die de technische beelden programmeren, te doorgronden en te evalueren: dat is de noodzaak van mediakritiek. Flusser verzet zich hierbij tegen de opvatting dat wij het programma van een foto pas hebben begrepen, zodra we het schakelschema van het foto-apparaat door hebben (zoals Friedrich Kittler beweert). De bespeling van het mediale programma gebeurt altijd via de buitenkant van media: je kijkt door de zoeker, stelt scherp en drukt af. Het is mogelijk het programma van de technische apparaten te bespelen, zonder het geringste benul te hebben wat er in de black box van het toestel gebeurt. Sterker nog: hoe minder je afweet van wat daarin gebeurt, hoe groter je bewustzijn van de andere twee programma's die je vrijheid beperken. Wat technische beelden moeten doen is informeren, ofwel de wereld onwaarschijnlijker maken. Doen ze dat namelijk niet, dan bieden ze niet meer dan rituele herhalingen van wat de programma's voorschijven. Wat het ritueel ook te bieden heeft, geen menselijke vrijheid. Momenteel hebben de technische apparaten nog mensen nodig om hen te bedienen, maar in feite functioneren ze al veel beter dan hun functionarissen. De technische media kunnen zonder de mens en vertonen de tendens de mens volledig te onderwerpen aan hun eigen programma's: dat is het bezwaar tegen de rituele herhaling van mediale gesten, de prijs die je moet betalen als je je mediale vrijheid niet poogt te realiseren. Bovendien is het niet waar dat de technische beelden uit de postliteraire fase van onze cultuur een actuele vorm zouden zijn van de magische beelden uit de prelitaire, magische fase Ö la Lascaux en Altamira, zoals Marschal McLuhan suggereerde onder de noemer van het nieuwe tribalisme. De status van deze twee typen beelden is totaal verschillend. De archaische beelden gingen aan de taal vooraf, de technische beelden zijn het resultaat van tekst: van de wetenschappelijke en technologische begrippen die vertaald zijn tot apparaten. Zoals de archaische beelden geabstraheerd werden tot taal, is de taal dit maal geabstraheerd tot technische beelden. Fotografie = geprogrammeerde begrippen: de programmering vindt plaats door het fototoestel, dat zelf door de fototoestel- industrie wordt gemetaprogrammeerd, en de begrippen zijn afkomstig uit de optische en chemische theorie. Het kenmerk van traditionele beelden is dat ze geladen zijn met betekenissen, die er millenia lang uit zijn gehaald door middel van tekstuele analysen. Traditionele beelden zijn letterlijk deel van de traditie, de geschiedenis, ofwel van een lineair verhaal waaraan ze hun plaats en daarmee hun zin ontlenen. Technische beelden daarentegen zijn postliterair: doordat het technische beeld door apparaten is geproduceerd en het resultaat is van een programma, is het per definitie zinloos, zonder betekenis. Ook in deze zin zijn de technische beelden en media posthumaan: ze hebben, anders dan de traditionele media, de mens niet meer nodig voor hun functioneren, want ook zonder zin functioneren ze prima. Dit duizelingwekkende inzicht in de leegte van de moderne beeldcultuur is voor Flusser echter geen reden tot somberheid, integendeel. Hij ziet hier een tweede mogelijkheid tot menselijke vrijheid. Terwijl de traditionele beelden ons altijd weer verplichtten hun zin te analyseren en die aan onze gedragingen op te leggen, creāren de technische beelden voor het eerst de mogelijkheid dat wij, mensen, zin geven aan de beelden en de wereld. Iedere betekenis die in de technische beelden ontdekt wordt, is erin gelegd door de ontdekker. Dat is onze kracht, die we op moeten eisen voor de technische media ons overbodig maken. Vrijheid is het zinvol maken van wat zinloos is. Vrijheid is het zinloze zo met zichzelf in tegenspraak brengen, dat het zinvol wordt. Voor het eerst in de geschiedenis zijn wij het zelf die de wereld zin geven, in plaats van andersom. Dat noemt Flusser informatie.